Van 7 tot 18 december komen vertegenwoordigers van regeringen, industrieën en enkele ngo’s van over de gehele wereld samen in Copenhagen om er een akkoord te vinden over de opvolger van het Kyoto-protocol. Vertegenwoordigers van lokale groeperingen die de problemen en uitdagingen ter plekke het best begrijpen, krijgen geen belangrijke stem op de conferentie. Vandaar dat er een alternatieve top in het leven geroepen werd. 15 december zal deze alternatieve top helemaal in het teken van landbouw staan – een erg ondergewaardeerd thema op de officiële conferentie gezien de enorme impact op het klimaat en op het leven van alle mensen. Voedselteams ondertekende een verklaring voor een rechtvaardig landbouwklimaat.
Vandaag kreeg ik een bericht in mijn mailbox van de non-profit organisatie Avaaz[1] met de titel ‘1/6 mensen wereldwijd lijdt honger’.De meesten onder hen zijn kleinschalige boeren, die hun bestaanszekerheid verliezen door de steeds agressiever oprukkende agro-industrie.
Op 4 september 2009 stond er reeds een verwant artikel in het gratis biomagazine ‘Puur’, getiteld ‘biolandbouw voedt Afrika’. Uit een rapport van het VN - milieuprogramma (UNEP) uit 2008 blijkt dat bij 114 projecten in 24 Afrikaanse landen de oogst meer dan verdubbelde door gebruik van lokale, biologische productiemethoden. Waarom wordt dit dan niet overal toegepast? De directeur van de Zuid-Afrikaanse Rainman Landcare Foudation geeft het antwoord: “…de weerstand tegen biolandbouw wordt gevoerd door bedrijven die kunstmest en gif leveren. Daarnaast wordt studenten aan de landbouwopleidingen geleerd dat het gebruik van kunstmest, gif en gmo - zaden wetenschappelijke methodes zijn die voor vooruitgang staan, in tegenstelling tot ‘ouderwetse’ methodes.” Dit proces is ook gaande in Azië, Latijn-Amerika en Oceanië.
Talloze wetenschappelijke studies hebben reeds bewezen dat lokale, familiale landbouw niet alleen veel productiever is, maar tevens een goede buffer tegen armoede[2]. Op een kleinschalig landbouwbedrijf wordt er immers hoofdzakelijk voor eigen gebruik geteeld, en de overschotten worden vermarkt. Zo kan ongeveer 1 ha grond in vele landen een hele familie voeden. Dit zorgt voor soevereiniteit, stabiliteit en een beter algemeen welzijn van de lokale gemeenschap. Daarenboven heeft lokale kleinschalige landbouw een kleine ecologische voetafdruk, in tegenstelling tot de geglobaliseerde agroindustrie (meer dan een kwart van alle menselijke impact op het klimaat heeft rechtstreeks of onrechtstreeks te maken met voedsel: transport, productie, hulpstoffen, …). Een prachtig voorbeeld van de kracht van lokale landbouw vinden we terug in Karnataka, India, waar door samenwerking en volkseducatie arme boerinnen zich hebben bevrijd van het juk van de grootschalige landbouw en opnieuw de traditionele voedselgewassen zijn gaan telen – en het merendeel van hen is analfabeet!
Nog geen honderd jaar geleden was de situatie bij ons in Vlaanderen gelijkaardig: kleinschalige landbouw was de hoofdactiviteit, en lokale gemeenschappen konden overleven door wat ze zelf lokaal produceerden. Met de steeds verder oprukkende industrialisatie verloren de meeste kleine boeren hun bron van inkomsten, en kleine landbouwbedrijven gingen massaal failliet. De landbouw werd geïntensiveerd, grote monoculturen tekenden voortaan het landschap, en het grootse erfgoed van duizenden jaren boerenstiel ging bijna integraal verloren[3]. De rijke industrielanden verplaatsten het gros van hun landbouwactiviteiten naar hun koloniën, waar slaven de basisgrondstoffen ontgonnen. Hierdoor zijn deze rijke landen groot geworden, en ze hebben zich geleidelijkaan hun huidige levensstandaard eigen gemaakt – het consumerisme.
Op de klimaattop in Copenhagen staat er veel op het spel: de rijke industrielanden moeten er beslissen hoe ze de klimaatsverandering aan banden zullen leggen – er moet beslist worden over een opvolger voor het Kyoto-protocol, wat gezien de huidige omstandigheden een veel te zwak akkoord geworden is.[4] Het gaat hier echter over veel meer dan gewoon een paar graden warmer. Nu reeds ondervinden miljoenen mensen de gevolgen van de klimaatsverandering: rivieren drogen op, stormen worden heviger, de regen blijft uit… Het zijn de meest kwetsbare regio’s die het eerst getroffen worden: zij die niet over de nodige financiële middelen beschikken om de technologieën te voorzien om zich adequaat te beschermen[5]. Als er geen voldoende sterk akkoord komt, en in het kader van afleidingsmanoeuvres als de (erg opgeblazen) Mexicaanse grieppandemie en de financiële crisis ziet het er somber uit, dan zullen in de komende jaren nog veel meer mensen in de armoede terecht komen – een situatie die vermeden kan worden. 2015 armoede de wereld uit? Dat zal een grondige herziening vergen van de globale economie in het algemeen en de landbouwmethoden in het bijzonder.
De boeren uit de zogenaamde ‘ontwikkelingslanden’ hebben geen andere keuze dan in actie komen: hun leven hangt er van af. Talloze organisaties hebben de handen in elkaar geslagen om een alternatieve klimaattop in het leven te roepen: een klimaattop die de belangen van de mensen en de gemeenschappen vertegenwoordigt ipv de grootindustrie en de multinationals. Organisaties als CJA (climate justice action), via campesina[6] en friends of the earth trekken naar Copenhagen om er te ijveren voor een rechtvaardige en leefbare aarde voor iedereen.
Er werd een manifest opgesteld om deze eisen kracht bij te zetten – want verandering is hard nodig. Voedselteams ondertekende dit manifest, omdat wij hetzelfde doel beogen: lokale kleinschalige duurzame landbouwproductie promoten en in stand houden.
2010 is het jaar van de biodiversiteit. Biodiversiteit is het grootst in regio’s waar het leven de kans heeft gekregen zich sterk te specialiseren en aan te passen – en is van oudsher zelfs groter op de randgebieden waar mens en natuur met elkaar in interactie treden[7]. Oude voedselrassen zijn zo geteeld dat ze resistent zijn tegen allerlei ziekten en plagen, en oude teelttechnieken zorgden er voor dat deze problemen tot het minimum beperkt werden. Een boerenbedrijf was voorheen een broeiplaats voor biodiversiteit (de idyllische taferelen van het korenveld vol kamille, wikke, klaprozen en korenbloemen en de kwinkelierende leeuwerik stammen uit de tijd van de kleinschalige landbouw in Vlaanderen), in tegenstelling tot de grootschalige met gifstoffen behandelde monoculturen van vandaag. Om voldoende efficiënt te zijn, is landbouw bij uitstek een sector die lokaal beoefend dient te worden. Het is een gezonde ontwikkeling dat de vele kleine boerenorganisaties wereldwijd zich bundelen tot een kleurrijke coalitie, ter bescherming van landbouw op mensenmaat.
Meer info: www.climate-justice-action.org
Diego Van De Keere
[1] Avaaz is een internetorganisatie die grootschalige online petities organiseert en mediacampagnes voert om belangrijke thema’s aan te kaarten die in de reguliere media vaak worden doodgezwegen.
[2] Zie ook D. Barrez ‘koe nr. 80 heeft een probleem’
[3] vanuit bijvoorbeeld Velt en permacultuur tracht men de teloorgang van oude voedselgewassen, –rassen en teelttechtnieken in onze streken tegen te gaan, met steeds toenemend succes! Voedselteams ijvert dan weer vooral voor de kleinschaligheid en de streekgebondenheid, en lijkt hierin op de coöperatieve systemen uit het Zuiden.
[4] Nieuwe wetenschappelijke inzichten vanuit het ipcc tonen aan dat de aarde nog sneller opwarmt dan verwacht, mede door de trage en ontoereikende toepassing van de eisen van het kyoto-protocol.
[5] 2001, IPCC, ‘third assessment report’
[6] Zie verslag Wim Merckx ‘reclaim the fields’
[7] Zie reportagereeks ‘in de voetsporen van Darwin’ – in 1 aflevering bezoekt Dirk Draulans een archeologische site van een stedencomplex middenin het Amazonegebied. De autochtone bevolking kende reeds grootsteden, maar deze waren zo ontworpen, dat ze in harmonie met het oerwoud konden bestaan. De biodiversiteit was er nog groter dan diep in het woud.