Het onbehagen van veel verbruikers met de voedselindustrie van vandaag, maakt ruimte voor andere voedselsystemen. De regionalisering van de voeding komt in grote mate tegemoet aan veel van de nieuwe verwachtingen, met name dat de wijze van produceren geen/minder ecologische schade aanbrengt, dat de boeren er ook iets aan verdienen, dat het aanbod lokaal is en veranderd met de seizoenen.
Een onderzoek van de Nederlandse student Cleo van Rijck in vier Brabantse (Nl.) steden, toont aan dat de reguliere stedelijke markten sterk verankerd zijn in de regio, en dus mooie kansen bieden voor ecologische en sociale levensstijlen. Die kansen echter, blijven onzichtbaar en onbenut.
Elke centrumstad heeft wel een wekelijkse markt, vaak meer dan één. Naast deze weekmarkten zijn er ook nog de jaarmarkten, sommigen met hun lange tradities en ingrediënten als veeprijskampen, kermis en braderij. Nieuwerwetse jaarmarkten zijn er ook en die worden rondom hedendaagse thema’s ingericht als boeren-, eco-, of artisanale markt, ook wel kerst-, planten- of boekenmarkt. Deze markten zoeken vaker een mix van verkoop, met recreatieve en informatieve accenten.
Het is één van die tendenzen die voorbijgaan aan de klassieke weekmarkt. Elco van Rijck ziet het belang van sociale en culturele aandacht door traditionele markten. Bijvoorbeeld het inpassen ervan in een gemeentelijk milieubeleid en gemeentelijke voedselstrategie, het hanteren van markten voor sociale cohesie, het inpassen van markten in evenementen. Nu is het eerder bon ton om markten naar andere lokaties te verhuizen als er evenementen plaatsvinden. Zulke verplaatsingen schelen al snel 20% tot 50% in de omzet, omdat klanten hun vaste kramen niet vinden.
Andere tendenzen die de weekmarkten onder druk zetten, zijn volgens van Rijck het stijgend aantal tweeverdieners en bijhorend tijdsgebrek, het gemak van de supermarkt tot en met thuislevering, de verhoogde kosten voor de marktkramers door strengere eisen inzake koeling en verwerkingsplek, parkeergebrek in binnensteden (voor bezoekers dan), latere openingstijden van winkels in steden (winkels openen een uur later dan vroeger, 9 uur werd 10 uur), een tekort aan jonge marktverkopers en daardoor een verouderd en verschralend aanbod en zelfs gaten in de markt, ...
Verandering in zicht?
Alhoewel de versmarkten ook veel conventionele verkoop hebben, heeft van Rijck een goed oog voor hun hybride karakter met deels conventionele en deels alternatieve aanvoer. De door hem aangebrachte cijfers vallen op het eerste zicht bleek uit indien je er een korte keten in wil herkennen: op de onderzochte markten in Breda, Tilburg, Eindhoven en 's Hertogenbosch, is in het zomer- en najaarsseizoen slechts 14% van het aanbod van eigen teelt of van directe aankoop bij de boer. De oefening wordt complexer omdat ook de aankoop bij veiling en groothandel regionale productie kan bevatten. In België bijvoorbeeld, claimt distributeur Biofresh (de grootste Belgische retailer van bio) dat 75% van haar producten een Belgische oorsprong hebben.
In een globale context is dat al behoorlijk regionaal, voor alternatieve systemen die een punt maken van het herlokaliseren van de grondstoffen, is dat al verder af van hetgeen optimaal wenselijk is. Wat is regionaal?
Van Rijck hecht veel belang aan de sociale en culturele verankering van weekmarkten. Hij eist hierdoor aandacht voor al te vaak vergeten aspecten van duurzaamheid. Naar sociale verankering bijvoorbeeld hebben markten per definitie een streep voor op supermarkten: marktlui kunnen naast een sociaal praatje ook vertellen over de producten, ze zijn vergroeid met hun aanbod want zijn verkoper en inkoper. Zoiets is in een supermarkt onmogelijk.
Inzake cultuur ziet van Rijck de markten als ‘een bolwerk van tradities’. Tradities die door hun regionale inbedding leiden naar duurzame praktijken door mensen die zich liever niet verbinden aan progressief, anders en groen. Of hoe de markten in meer dan hun aanvoerroutes, een uniek kruispunt zijn van conventioneel en alternatief. In de studie lezen we nog dat marktverkopers 'een ander soort ecologische bewustzijn' hebben. Eéntje dat weinig op heeft met labels, maar dat anderzijds tot een minimum aan verspilling leidt, en tot een band met de seizoenen die in de eerste plaats practisch is, tot weinig verpakking en voorverwerking. Deze voordelen zitten vervat in het principe en cultuur van de markten.
Eén van de besluiten van de studie luidt dat de regionale verankering groter is dan verwacht, maar onzichtbaar blijft. De antwoorden van de respondenten tekenen soms het marktkarakter. Waarom geen productinformatie geven? 'De klanten weten het toch', 'het maakt klanten volgens mij niet uit', 'het is meer werk', 'het maakt de kraam rommelig', 'nooit aan gedacht', 'ik geef al ‘Holland” aan'.
Uit de reeks aanbevelingen op het eind halen we deze: vergeet de versmarkt niet als je beleid maakt, en gebruik op een goede manier haar verankering in de regio, cultuur en sociale netwerken. Vooral de ecologische verankering is onderbelicht.
Ondertussen op de markt van Kessel-Lo
In ga eens langs op de markt van mijn woonplaats, in deze deelgemeente van Leuven gaat de markt haar gangbare gangetje. Door haar strategische ligging -tussen centrum en woonwijken – en de opening op woensdagnamiddagen doet deze markt het ook goed bij jonge gezinnen. Met een warm wafeltje in de kinderhand, wordt achter mama en papa aangewandeld. Boeren met eigen verkoop zijn er zeker: boer Remy met de geitenkaasjes, Lea met het biofruit, Moniek met de nabij geteelde groenten, en bakker Van Dooren die zijn eigen graan teelt.
Fruitteelster Lea Claes denkt niet dat het publiek de voorbije jaren minderde, wel vallen er gaten daardat kramers ermee stoppen. Ze denkt terug aan de oudere man met zijn eieren en zelfgemaakte choco, niet meer gezien sinds lang. De druk op de markt komt hier vandaag eerder van de recent geopende biogroothandel. Diens invloed speelt overigens ook op andere kleinschalige voedselalternatieven in de stad. Remy en Lea menen vast dat alternatieven elkaar versterken: de klanten die hen opzoeken op de markt, zijn ook vertrouwd met Voedselteams en combineren soms beiden kanalen.
Een heet gespreksonderwerp vandaag is het recente besluit van de gemeente om boeren met een kraam voortaan een gratis standplaats te gunnen. Dat stond te lezen in de krant en Lea is positief: 'natuurlijk moeten ze niet een aparte boerenmarkt gaan organiseren, deze bestaande markt moet meer boerenmarkt zijn'. De marktmeester helaas, is van mening dat de nieuwe maatregel enkele voor boeren van Leuven zelf geld en wil niet weten van gratis. Onze kramers kunnen echter geen enkele collega bedenken, die onder dat criterium valt: niet op deze markten, noch op de andere Leuvense markten staat een Leuvense boer. De vraag moet niet verder gesteld, ze hangt er: hoe zit dat nu met de markt?
| Bijlage | Grootte |
|---|---|
| 4.64 MB |







