De voedselstrategie van Leuven

Voedselteams start een project voor de ontwikkeling van een voedselstrategie voor Leuven. Wat we willen is dat voedsel wordt gezien als een thema dat de moeite waard is om er een beleid rond te voeren. En we roepen daarvoor de hulp in van een nieuwe praktijk, de stedelijke strategie. Onze organisatie kreeg daarvoor middelen via het Vlaamse stedenbeleid dat innovatieve projecten steunt met een werking in een Vlaamse centrumstad. Er wordt samengewerkt met Vredeseilanden en het Netwerk Duurzaam Leuven aan een formeel stedelijk voedseladvies dat op het einde van 2012 wordt voorgesteld.

Vlaamse proefprojecten
Om tot een samenhangend voorstel van aanpak te komen moeten niet alleen de producenten en consumenten uit het Leuvense beter op elkaar zijn afgestemd, de samenwerking moet zich op de hele voedselpraktijk richten. We willen verandering zien in de primaire productie, de verwerking, distributie, in de groothandel en de korte keten, in aankoop, bereiding en opslag, in consumptie en productie van afval, in de bestuurlijke context.

De strategische doelen om dat te bereiken zullen op elkaar moeten afgestemd worden en breed gedragen moeten zijn. De samenwerking tussen bewoners, middenveld, bedrijven en stadsbestuur is een zekere voorwaarde. We zullen naar een strategische alliantie of netwerk moeten groeien en samenwerken aan nieuwe praktijken. En uit deze wisselwerking kunnen nieuwe organisaties groeien die de veranderingen blijvend maken door ze te verankeren in de stad.  
De opmaak van een Leuvense voedselstrategie is een proef(-tuin)project dat de democratische ruimte wil gebruiken die de interne Vlaamse staatshervorming voor ogen heeft. De hervorming is het work-in-progress van achtereenvolgende Vlaamse regeringen. De bedoeling is om de beleidszones te decentraliseren en herschalen, het gemeentelijk niveau te versterken en ruimte te maken voor autonome fusies en gemeentelijke samenwerking. Proeftuinprojecten zijn thematisch en werken met een experimenteel kader voor stadsregionale samenwerking.
De middelen om een stadsregionaal project vorm te geven zijn van tweeërlei aard. De eerste zijn mogelijkheden die tot de ‘harde’ thematiek behoren en leiden naar een andere sociaal-ruimtelijke, electorale en fiscale organisatie van de stedelijke samenleving. De tweede is de ‘zachtere’ belofte van alledaagse verbondenheid: de meer informele solidariteit van de ene stedeling met de andere is latent aanwezig en grondstof voor socio-culturele en (non-)commerciële projecten.
Er is een verschil tussen projecten van stedenbouw en stadssystemen. Deze laatste zijn organisch gegroeide stadsregio’s die tot stand komen in samenwerking met bewoners en gebruikers, planners en lokale leiders, socio-culturele projecten en investeerders, met sociale economie en private profit, ….  die een streven delen wat betreft productie en handel, herkomst van grondstoffen, bestuur en samenleving, milieuomstandigheden. Hun strategieën zijn zelfbedacht en op maat.
Bij stedenbouw gaat het daarentegen vaak over gestandaardiseerde producten van de bouwindustrie en over toevoegingen van stadsgebruikers zonder relatie tot anderen en tot het geheel. Bij de klassieke stedenbouw is de visie van de bouwers dominant en wordt die van de bewoners en gebruikers over het hoofd gezien.  


Het voedselprofiel van Leuven
In 2010 werd een eerste en voorlopige schets gemaakt van Leuven als voedselstad: productie, verbruik en beleid kwamen aan bod.
De profielschets werd opgemaakt in aanloop naar het eerste Leuvense Klimaatforum in oktober 2010. Toen werden 14 concrete beleidsmaatregelen voorgelegd aan een panel met ondermeer de Leuvense schepen van landbouw. Van haar voornemen om aan de slag te gaan met de 14 voorstellen is weinig in huis gekomen. Maar ondertussen heeft de stad wel haar ambitie bekend gemaakt om klimaatneutraal te worden tegen 2030 en is het duidelijk dat een transitie op het vlak van voedselgebruik een noodzakelijke ingreep is om dat doel te behalen.
Een greep uit de interne maatregelen die in 2010 werden voorgesteld: het op peil houden van het aandeel productieve landbouwgrond in de stad, het aantrekken van jonge duurzame producenten, het organiseren van een voedseladviesraad, het aanstellen van een stadsboer die voor voedselproductie zorgt in privé-tuinen, een eigen jaarlijkse landbouwtelling organiseren, het invoeren van een Leuvense veggiedag,  …  De reeks voorstellen uit 2010 moeten breder worden en verder ontwikkeld. 


Ingrepen die een regionale aanpak veronderstellen hebben te maken met de omliggende gemeenten waarbij de aanwezige boeren en producenten een betere afstemming moeten vinden op de nabije markt van stadsbewoners. Dat kan met een aangepast logistiek systeem: de voordelen van de stad op het vlak van dichtheid en schaal kunnen beter benut worden voor een korte keten die zich vooral organiseert binnen de stadsregio Leuven.
Maar het zal ook nodig zijn om de horizon nog veel breder te zien. De herkomst van voeding is wereldwijd, dus ook de gevolgen van aankoop en transport. Er zal nood zijn aan een model dat de uitstoot die elders plaatsvindt, toerekent aan de stad Leuven. De meeste uitstoot van broeikasgassen die verband houdt met consumptie in een stad is elders gegenereerd in het fabricage-, verwerking- en transportsysteem.


De Stad 2.0.: het stadsysteem heruitvinden

In zijn boek De Stad 2.0. beschrijft planoloog Jeb Brugman het vanuit een internationaal perspectief: ‘ een stedelijke strategie begint op het niveau van de straten en wijken en breidt zich uit tot netwerken van steden die zich rond een gemeenschappelijk doel scharen’. Een dergelijke netwerk is de International Council for Local Environmental Initiatives dat sterk inzet op de lokale strijd tegen de klimaatdreiging. De tendens is duidelijk: nu nationale en internationale bestuursniveau’s falen als het gaat om doortastend beleid, nemen steden en gemeenten de rol over.
Het doel en de ambitie van die strategieën moet voor Brugman voorbij de grenzen van de eigen stad liggen. Dat lijkt een kwestie van verantwoordelijkheid: ‘als steden de snelstgroeiende systemen op aarde zijn – en tegelijk krimpen de natuurlijke systemen- hoe kunnen we dan greep krijgen op de manier waarop ze de ecologie van onze planeet veranderen?’ De nadruk ligt op het woord ‘stadssysteem’: het duidt op een uniek, ruimtelijk compacte en complete aanpak die zich richt op het verbeteren van productiviteit – steden moeten netto-producerende regio’s zijn- van ondernemen, consumeren, wonen.
Voor een dergelijke transformatie is 20 jaar nodig en ze neemt aanvang met het creëren van een symbolisch moment waarop een publieke start wordt genomen. Daarna, tijdens de eerste tien jaar moeten verschillende hordes genomen: van strijdende belangen moet er één strategie overeengekomen, nieuwe praktijken moeten vervolgens getest en getoond, deze nieuwigheid kan vervolgens breed gestimuleerd en tot lokale cultuur uitgroeien. Dergelijke ingrepen zijn zowel klein  als groot. Tijdens de tweede periode van tien jaar, moeten strategische allianties geconsolideerd geraken in een stedelijk regime door een institutionele verankering in straatgezichten, projectgroepen, studiebureau’s, regels en bestuursvormen.
Brugman opnieuw: ‘stedelijke strategie is de groei van steden zo vormgeven dat ze mondiale problemen aanpakken(…).’ Steden mogen niet langer bestaan als systemen die als parasieten de aarde ontwrichten, schrijft hij ook nog. Een vergelijkbaar uitgangspunt bracht de Leuvense schepen voor milieu en onwikkelingssamenwerking Mohamed Ridouani naar voor tijdens de slotvoorstelling van het project Leuven Overmorgen: ‘andere mensen in de wereld mogen geen hinder ondervinden van hoe wij hier in Leuven wonen’.

De kritische massa
Burgers kunnen zich sterk maken door zich te organiseren. Het project van Voedselteams gebruikt daarom als uitgangspunt het streven naar voedselsoevereiniteit: dat is de eis van democratie en burgerschap om onze voedselsystemen vorm te geven. Het principe van subsidiariteit indachtig, ontwikkelt de democratie zich het best op een bestuursniveau dat zo klein is als mogelijk, en met betrekking tot voeding en landbouw is vandaag het tegendeel het geval.
Het is nodig dat mensen zich weer als burgers tot voeding gaan verhouden en niet louter als consument: het project wordt cultureel en sociaal en daaruit kunnen nieuwe coöperatieve businessmodellen groeien. Die creëren producten en diensten voor stedelijke en stadsnabije landbouw, voor lokale voedselsystemen met fijnmazige logistiek, voor de regionalisering van de herkomst van voeding.
Leuven biedt daarvoor een grote voedingsbodem met een sterk en divers middenveld dat bekommernissen van bewoners verdedigt in een sfeer van relatieve politieke openheid.  De Leuvense voedselstrategie stelt hen een duidelijk traject voor: een voedseladvies wordt opgemaakt binnen een duidelijke timing en via een open en participatief proces, passend binnen de stedelijke dynamiek van Leuven Klimaatneutraal 2030. Het project waarborgt de opname van een pro-actieve rol door het maatschappelijk middenveld en ontwikkelt zijn plannen in dialoog met het beleid, sociale ondernemers en de Leuvenaars.


Beeld: Leuven klimaatneutraal 2030: structuur


Maar het Leuvense experiment is op zijn beurt geïnspireerd door praktijkkennis uit binnen en buitenland. Want ook andere steden zoeken naar recepten en aanpak voor het verduurzamen van hun voedselpatronen, in Vlaanderen kennen we de Fair-Trade Gemeenten, de sociale kruideniers en –restaurants, de boeren- en streekmarkten,  de  aanpassing van het aankoopbeleid van gemeenten … Het lijkt ons tijd voor een doorstart van deze aanpak met projecten die de inspanningen structureler en coherenter maken.
Leuven zou alvast de eerste Vlaamse stad zijn waar een voedselstrategie is ontwikkeld. In andere landen is het fenomeen minder nieuw, Nederland neemt momenteel het voortouw. In een onderzoek uit 2010 bespreekt Cleo Van Rijk vier stedelijke voedselstrategieën, maar het land telt er veel meer. Op hun beurt haalden de Nederlanders hun mosterd in Londen, Toronto en andere Canadese en Noord-Amerikaanse steden. Hun motivatie bestaat uit de zorg om gezondheid, om de betaalbaarheid van voeding, om economische leefbaarheid van nabije producenten, om klimaat en milieu.


De Open Schuur
Wat we weten is dat meer dan de helft van de mensheid ondertussen in steden en verstedelijkt gebied leeft. En ook dat die steden in de komende decennia met grote snelheid gaan groeien. De stedelijke revolutie is een feit en Vlaanderen is in zijn geheel een verstedelijkte regio.
Wat we denken te weten is dat de groei van steden onvermijdelijk voor een explosie van problemen zal zorgen zoals milieuafbraak, grondroof, marginalisering, files. Dat is maar de helft van de waarheid. Steden zijn de drijvende kracht van de wereldwijde veranderingen: zowel ten goede als ten kwade zijn ze de voornaamste invloed op de economie, de sociologie en de ecologie geworden.
Wat we nauwelijks weten: hoe gaan we onze steden ontwikkelen om er inderdaad de laboratoria van te maken die problemen oplossen. Immers, zonder experimenten geen innovatie.
Een voorbeeld van een experimentele samenwerking is een Leuvens project dat momenteel in de steigers staat. Het heeft als werktitel De Open Schuur, werd door Voedselteams voorgesteld en krijgt in zijn ontwikkelingsfase steun van de provincie Vlaams-Brabant. Het project streeft naar een coöperatief organisatiemodel met sociale, culturele en economische doelen. De eerste realisatie wordt een plaats die onderdak biedt aan een tiental organisaties en waarbij voedsel de centrale en verbindende factor is. Er wordt gestreefd naar een gezamenlijke aanpak voor een logistiek verdeelpunt met opslagruimte, oefenkeuken, coöperatief café, directe verkoopsysteem,  …. Het project wil verantwoorde voeding uit de puur commerciële sfeer halen om het als gemeenschappelijk goed bereikbaar te maken voor alle bevolkingsgroepen. De voordelen van de samenwerking voor het project gelden ineens ook als voordelen voor de Stad: door de concentratie van mensen en activiteiten worden niche activiteiten aantrekkelijker en betaalbaarder. Ze zijn een manier om vaste kosten en risico’s met elkaar te delen. Deze twee voordelen zorgen samen voor een derde winst: ze bundelen op ongeziene wijze de kennis en de talenten van organisaties en bewoners. Wanneer de samenwerking succesvol is, ontstaat een laatste voordeel : een geslaagd stedelijk systeem kan anderen  inspireren om in gunstige omstandigheden, dezelfde voordelen uit te spelen.

Foto 1 : Wim Merckx, uithangbord SMUK  /  Foto 2: Wim Storme, tijdens creaboerderij kamp

Bronnen:
http://www.leuvencentraal.org/artikel/het-voeden-van-de-duurzame-stad
http://www.leuvencentraal.org/artikel/naar-een-stedelijke-voedselstrategie-voor-leuven
http://www.leuvencentraal.org/artikel/landbouwdebat-vraagt-naar-meer
www.leuvensklimaatforum.be
http://www.leuven.be/leven/leuven-overmorgen/
De Hongerige Stad, Carloyn Steel, 2011
Witboek De eeuw van de Stad, Over stadsrepublieken en rastersteden, Linda Boudry and all, http://www.thuisindestad.be/fb111lxee1043nhtb1ynob49.aspx
Jeb Brugman, De Stad 2.0, Hoe steden de wereld veranderen, 2009
http://www.netwerkplatteland.nl/dmdocuments/NL%20voorbeelden%20voedselstrategie.pdf
http://www.vilt.be/Platteland_werkterrein_van_boeren_of_achtertuin_stad
www.iclei.org
www.nyeleni.net

BijlageGrootte
fig ontwikkeling van stedelijke en landelijke bevolking.jpg255.67 KB
fig aantal landbouwbedrijven in Belgie.JPG428.88 KB
fig. aantal landbouwers in de wereld.jpg205.03 KB
footer