Geen paniek in het paradijs

Over het muurtje kijken en zien wat bij de buren leeft, kan inspireren. Dat overkwam Diëgo Van de Keere – Voedselteam Maldegem – die deelnam aan een studiedag in 's Hertogenbosch over stadsgerichte landbouw.

Initiatiefnemer voor de dag was De 12 Ambachten, het centrum voor ecologische technieken. Analyse van de landbouw in stedelijke context werd gekoppeld aan een reeks praktische, alternatieve oplossingen.

0. Uit de verwelkoming van Lieselot Leeflang, De 12 Ambachten:

“Stadslandbouw is een middel, het doel is een lokale biodiverse – stadsgerichte landbouw. In een tijd waarin voedselzekerheid een belangrijk thema zou moeten zijn, is er in Nederland eigenlijk geen minister van landbouw meer. Nochtans dringt de tijd om ons voor te bereiden en om te schakelen.”

“Intussen komt de Nederlandse landbouw steeds meer onder druk te staan: de inkomsten van onze boerende noorderburen zijn sinds 2008 nagenoeg gehalveerd, en per dag stoppen er 6 boeren met hun activiteit en gaat er 17ha landbouwgrond verloren.”

 

voorflap folder studiedag 's Hertogenbosch1. Sietz Leeflang, stichter-bezieler van de 12 ambachten, beet de spits af. Hij stelde zijn vertaling en bewerking voor van het boek ‘4000 jaar kringlooplandbouw’, een boek uit 1911 van de hand van F.H. King. Die maakte een rondreis door Oost-Azië en maakte daarbij een grondige veldstudie van de landbouwmethodes die als geen ander in staat waren geweest om grote aantallen mensen in leven te houden zonder excessief gebruik van fossiele brandstoffen en al helemaal zonder grote machines.

King was er getuige van een opmerkelijk staaltje kringlooplandbouw: alle organische materiaal werd zorgvuldig gerecycleerd en terug op het land gebracht. Menselijke faeces en urine werden beschouwd als een kostbaar goed: in het oude Japan hoefde een gezin geen huur te betalen als het al zijn faecaliën en urine afstond!

“In het Japan van 1909 ontwaarde de onderzoeker echter een verontrustende evolutie, die zich later over de gehele geïndustrialiseerde wereld zou verspreiden: de ruilverkavelingen. De traditionele agrarische Japanse samenleving werd omgevormd tot een (militair-) industrieel complex, waarbij schaalvergroting en intensivering centrale pijlers van de landbouw werden – boeren moesten tegen een steeds lager loon steeds meer gaan produceren”, aldus Leeflang.

2. De kringloopgedachte wordt op een ultramoderne manier in de praktijk gebracht in het composterings- en energiebedrijf ‘Orgaworld International’, een voorbeeld van hoe efficiëntie, samenwerking en kringloopdenken (cradle-to-cradle) toegepast kunnen worden in de re- en up-cycling van organisch restmateriaal.

Albert Dortmans, woordvoerder van het bedrijf: “Wij maken gebruik van de ‘Ladder van Moerman’, een innovatief stappensysteem voor een optimale benutting van energie en voedingsnutriënten bij de recycling van organisch materiaal. In de sector van organische recycling is nog heel wat werk te verrichten als je rekent dat de Nederlander elk jaar gemiddeld 50kg voedsel weggooit”.

De overige organische stoffen die worden weggegooid tijdens het productieproces of die verdwijnen in het toilet zorgen voor een indrukwekkende hoeveelheid ongebruikt hoogwaardig organisch restmateriaal, waarvan het overgrote deel voor een hoop milieuproblemen zorgt.

“Orgaworld ontwikkelde het ‘greenmills’-concept; een slimme industriële ontwikkeling waarin de focus ligt op innovatie, het sluiten van kringlopen (c2c), open source en partnerships. De toekomst ligt in de bio-based economy – die zal onvermijdelijk bestaan uit korte kringlopen, analoog aan het greenmills-concept.”

Eetbaar park den Haag3. Jan Willem van der Schans, wetenschappelijk onderzoeker aan het WUR, verbonden aan het LEI en aan de organisatie “Eetbaar Rotterdam” ging eerst even in op de definitie van stadslandbouw:

“Volgens het UNDP (1996) bestaat ‘stadslandbouw’ uit het sluiten van lokale kringlopen in en rond de stad, gebruik makend van stedelijke hulpbronnen. Er zijn reeds een aantal goede Rotterdamse voorbeelden van hoe zo’n landbouw er kan uitzien:

  • Hoeksche chips: ambachtelijke chips van lokale teelt, in de supermarkten te vinden in het aardappelvak..

  • Het Buitenhof: 1/3 zorgboerderij, 1/3 productie, 1/3 recreatie. Er is binnen dit project veel aandacht voor integratie van de vele etnische groepen uit de stad.

  • ‘Van grond tot mond’: een school- en gemeenschaps(moes-)tuin.

  • Tijdelijke moestuinen op braakliggende terreinen.

  • Voedselteelt gekoppeld aan allerlei organisaties, zoals bvb de daklozenopvang van de stichting ‘Nico Adriaans’.

Er onstaan wereldwijd nieuwe verbindingsstrategieën in en rond wereldsteden tussen geëngageerde burgers, vormingswerkers, kunstenaars en professionele boeren, die een bevestiging zijn van de steeds duidelijkere trend naar gezondheid, duurzaamheid, authenticiteit en gemeenschapsvorming, die zich onder andere aftekent in transition towns, de slowfoodbeweging, …

Er zijn echter ook een aantal uitdagingen die veel meer aanpak nodig hebben, bijvoorbeeld mbt transportkilometers vermijden (ook bij regionale voeding) en de beknelling door de huidige ruimtelijke ordening.

4. “Kleinschaligheid als alternatief”

De volgende spreker sprak vanuit zijn eigen ervaring. Gert Jan Jansen is zaakvoerder van het ‘Hof van Twello’, een multifunctioneel agrarisch bedrijf.

Cover boek 4000 jaar kringlooplandbouw“Stadslandbouw op basis van permacultuur is een prachtige vorm van volkstuinieren, maar is op zichzelf niet in staat om de steden te voeden. Dan doen vooralsnog nog steeds de boeren en tuinders.

Er zijn echter een aantal grote problemen met de gangbare landbouw: die wordt steeds grootschaliger, leidt tot uitsluiting van kleinschaliger ondernemers en verschraalt het land(schap). “

Gert Jan maakt ook de opmerking dat er zich binnen de biolandbouw dezelfde trends voordoen als binnen de gangbare landbouw, zoals schaalvergroting, meer verpakkingsmaterialen, hybride zaden…

“Wil je écht een alternatief? Pas dan de productiewijze aan: koppel jezelf los van het heersende groeiparadigma en ga bewust voor kleinschaligheid – dan krijg je vanzelf meer biodiversiteit en een afwisselend landschap”

Op het Hof van Twello kennen ze verschillende manieren om deze loskoppeling te verwezenlijken en toch als bedrijf economisch rendabel te blijven:

  • Kosten drukken: lokale vermarkting, korte ketens, minder logistiek/verpakking/transport, minder tussenschakels.1

  • Kleinschalige mechanisering: slechts als niet te duur bij aanschaf en werkelijk kostenbesparend.

  • Renderende landschapselementen (sleedoorn, vlier, … worden ook geoogst, verwerkt en vermarkt)

  • Inschakeling van de consument in teelt, productie en verkoop.2

  • Samenwerking = groei! Coöperatief werken als tegenwicht tegen het destructieve en onmenselijke paradigma.

5. John Vermeer van de Brabantse Milieufederatie stelde het ‘Warandeproject’ voor: een integraal voorstel voor de inrichting van een 600ha groot gebied ten N van Tilburg met het oog op stadsgerichte landbouw.

Het plan voor dit voorstel is het resultaat van een samenwerking van een divers team, dat bestond uit vertegenwoordigers van dorps- en stadsraden, boeren, ZLTO, onderzoekers van de universiteit van Wageningen, medewerkers van het Brabants Landschap, de ‘Duinboeren’, architectenbureau ‘Attika’.

Het integrale concept probeert verschillende functies aan elkaar te koppelen3: landschappelijk, functioneel (economisch, voedselproductie), ecologisch, zorg, educatie..

Hierbij werd er gestreefd naar een landbouwmethode met niet 1 maar meerdere verschillende bedrijfstakken4.

Het uitgangspunt van het hele project is de keten van producent tot consument te verkorten door te focussen op voedselproductie in de onmiddellijke omgeving van de stad. De reeds aanwezige landbouwers konden blijven boeren in het gebied en zullen via samenwerkingsverbanden betrokken worden bij de oprichting van 5 ‘thema-stadsboerderijen’: een eet-, zorg-, bos-, les en feestboerderij.

6. De volgende spreker was Michiel Korthals, hoogleraar toegepaste filosofie. Hij benaderde het thema stadsgerichte landbouw vanuit een invalshoek die vaak over het hoofd wordt gezien: de menselijke psyche.

Zijn betoog bestond er vooral in om overtuigende argumenten en inzichten aan te reiken om een bewustzijnsverschuiving teweeg te brengen.

“Om de kloof tussen consument en producent te overbruggen, dient de burger ‘co-producent’ te worden.”

“De term ‘Paradijs’ is Perzisch voor ‘tuin’ – we moeten het contact met de oorsprong van het voedsel herstellen. Dit voorkomt paniekgedrag en wantrouwen, zoals met de EHEC-crisis.”

“Stadstuinbouw is niet alleen ‘hip’, het vormt overigens een belangrijke aanvulling op het duurzame voedselaanbod (voedselsoevereiniteit). Overigens opent het wegen naar multiculturaliteit en draagt het bij tot de overgang naar een korte-keten-economie.”

Korthals ziet stadslandbouw als manier om onze basisvoeding voort te brengen, niet als volledige voedselvoorziening. Voornamelijk de bewustwording van de stadsbevolking als gevolg van de voorbeeldfunctie van dergelijke initiatieven is belangrijk, omdat die een gedragsverandering bewerkstelligt.

7. Jaap Dirkmaat werd ingeleid als ‘Nederlands’ meest bevlogen milieu-activist’. Er werd een compilatie-interview geprojecteerd in de zaal.

Zijn standpunten waren glashelder, zijn analyses verfrissend en zijn uitdrukkingen recht voor de raap.

toehoorders tijdens de studiedagNet zoals Gert Jan Jansen bekritiseerde hij de megastallen en de monoculturen van zowel de gangbare als de biologische landbouw. Hij formuleerde zijn visie op duurzame landbouw ongeveer als volgt:

“Een wérkelijk duurzame landbouw is een landbouw die in overeenstemming is met de aarde. Het oude schaakbordpatroon is hiervoor ideaal. De grootste biodiversiteit vind je in de natuur langs de rand tussen bos en open gebied en tussen land en water. In het vroegere landschap had je overal houtkanten en sloten als doeltreffend substituut voor bosranden en oevers. De landbouwer beschikte over gratis plaagbestrijders. Na de kap van de oerbossen waren de ruilverkavelingen de grootste klap voor de biodiversiteit.”

Bij de kwestie over hoe het draagvlak bij de boeren kan verbreed worden voor een duurzamere landbouw, had Jaap een veelzeggend antwoord klaar:

“De huidige boeren worden gegijzeld. Hun voorgangers werden weggehaald van bij de natuur. Vele duizenden historische kleinschalige boerderijen werden vernietigd. Er kwam opeens een nieuwe waarheid in de plaats. Iedereen die voorheen geleefd had, werd knettergek verklaard – het moest allemaal veel grootschaliger, met grote machines, kunstmest en pesticiden. Duizenden jaren geschiedenis werden zo uitgewist en nu de boeren inderdaad niet meer dezelfde verbondenheid hebben met de natuur en efficiënt en grootschalig werken, komt men hen vertellen dat het eigenlijk weer meer zoals vroeger moet – natuurlijk is er dan geen draagvlak!”

Dirkmaat pleit voor een verplichte kringlooplandbouw met verplichte randen voor de natuur.

8. De laatste sprekers stelden hun ontwerpen voor van enkele duurzame landbouwwerktuigen voor de kleinschalige landbouw.

Paul Meinders van zorgboerderij de Beukhof, zelf gepassioneerd bezig met het ontwikkelen van duurzame mechanica voor de kleinschalige landbouw, ging in zee met Wim Steverink, een technisch ontwerper onder andere gespecialiseerd in prototypebouw, machineontwerp en machinebouw.

Volgens Meinders bestaan er 2 soorten rendabele landbouw: ofwel is het bedrijf klein en gebeurt bijna alles met de hand, ofwel is het heel groot en gebeurt alles machinaal.

Het eerste duurzame werktuig dat men tracht te ontwikkelen werkt op lagestroommotoren (bijvoorbeeld via zonnepanelen) en wordt gebruikt om bedden met opkomende gewassen te wieden, en is als zodanig een ‘lichtgewicht stroomaangedreven wiedvoertuigje’.

Een ander soort voertuigje is een ‘werktuigendrager’ (schoffel, laadbak.. met 8-10 kW vermogen. Het kan eventueel rijden op koolzaad- of andere olie met een klein dieselmotortje.5

Diëgo

In bijlage: het volledige verslag van Diëgo

Zie ook het artikel: "Conferentie zet stadsgerichte landbouw op de kaart"

1 Dit maakt een ecologische teeltwijze mogelijk (voor groententeelten bvb een beddencultuur met bodembedekking – een permacultuurprincipe)

2 Vb. teelt: consumenten bewerken gratis een stuk grond met gratis compost als ze de helft van de opbrengst aan de winkel geven (= win-win-situatie); verwerking: via workshops etc.; verkoop: via groepsvorming (community)

3 Zie ook het betoog van Gert Jan Jansen.

4 Zie ook betoog van Jan Willen van der Schans

5 De lokale teelt van het benodigde koolzaad om het voertuigje te laten werken, vergt volgens Steverink even veel oppervlakte als het voedsel dat een trekdier zou verorberen. Met 1ha koolzaad zou zo 20ha grond te bewerken zijn met dit voertuigje.

6 Uitvinding van de 12 ambachten: een geurloos droogtoilet (via ventilatiesysteem) waarvan de inhoud na compostering terug op het land kan (kringloop in stand houden). Voor uitvoerige praktische informatie over de veiligheid en de verwerking van menselijke mest zie ‘The Humanure Handbook’ van Jenkins (gratis downloadbare pdf).

 

BijlageGrootte
Studiedag Stadsgerichte Landbouw.doc44 KB
footer