Voedselteams heeft ook een aantal reporters-ter-velde. Hier en daar laten ze zich zien en kruipen daarna in hun pen om ons te voorzien van leuke schrijfsels.
Diëgo Van de Keere is een van onze vliegende reporters en genoot mee van de Voedselteamdag in Lokeren op 20 september en kreeg er prompt inspiratie!!
(Goesting om ook als reporter aan de slag te gaan? Laat dan van je horen op info [at] voedselteams [dot] be!!)
Op 20 september 2009 onder een stralende nazomerzon begaven een aantal wakkere Vlamingen (of zeg je beter Belgen of Wereldlingen) – een aantal wakkere mensen dus, zich naar Lokeren voor de bedrijfsbezoekdag van Voedselteams. De uitvalsbasis was dit jaar het rundveebedrijf de Vierklaver. De bedrijven die op de agenda stonden die dag bevonden zich allemaal in het Lokerse. Kennelijk floreert het duurzaamheidsdenken in het land van Reynaert de Vos.
Ik gaf mijn ogen de kost, zoals ik altijd doe, al van toen ik het erf betrad. Wat onderscheid deze bedrijven van andere gelijkaardige bedrijven? Zoals zal blijken uit de verhalen van de verschillende deelnemende ondernemingen, spelen gedrevenheid, relativeringsvermogen, passie, kleinschaligheid en idealisme een grote rol.
Ik had honger en plukte een peertje dat nog eenzaam aan een boom in de voortuin hangend uitnodigend naar me lachte. Samen met 2 andere leden van voedselteam Maldegem stapte ik naar de place-to-be voor het feest die avond: het erf van de Vierklaver. Een vluchtige blik onthulde een aantal volksspelen, verscheidene standjes, wakker wordende mensen en vooral veel kinderen.
Tine riep de struinende menigte samen en gaf ons informatie over het verloop van de dag. De kinderen waren opgewonden dat we allemaal mee mochten met de huifkar, getrokken door een tractor, die ons voerde langs de velden, houtkanten en boomgaarden van het Waasland op weg naar onze eerste bestemming.
Het Uilenbos.
We werden opgewacht door Mich, die ons meteen meeleidde naar het koolveld. “Misschien vragen jullie je af waarom dit het Uilenbos heet. Vroeger was er hier een kunstmatig binnenmeer. Het gebied is nog steeds zeer nat, en het was voorheen dicht begroeid met wilgenstruweel. In deze bosjes leefden er veel uilen.” Een eindje verderop was er inderdaad nog zo’n bosje te zien.
Het Uilenbos is een bedrijf dat zich specialiseert in de teelt en verkoop van groenten en fruit. Deze worden op een biologische wijze geteeld. “Je ziet dat er over deze kolen netten hangen. Dat is ter bescherming tegen duiven en reëen als de plantjes nog klein zijn, en tegen koolwitjes en andere insecten als ze groter worden, zoals nu.” Een koolwitje probeert ostentatief een plekje te vinden om een eitje af te zetten, tevergeefs.
Naast de spruitkolen groeide er herfstprei. “Dit jaar hebben we te laat gezien dat de prei was aangevallen door de preimot. We hebben niet meer kunnen sproeien. Ook in de biologische landbouw wordt er gesproeid, maar nooit met chemicaliën. We sproeien dan met bacteriën of virussen, die enkel schade toebrengen aan de rupsen.”
De groep werd meegenomen naar een stukje veld met een aantal tunnelserres, een eindje terug richting startplaats. “Hier worden de kleinere teelten gekweekt: tomaten, courgettes, aardbeien, … Het voordeel van de serres is dat we de productie kunnen vervroegen of verlaten. We proberen ons zoveel mogelijk af te stemmen op de vraag naar groentenpakketten. Het is een puzzelwerk, want tijdens de zomermaanden nemen de bestellingen door voedselteams altijd een heel stuk af, terwijl de gewassen natuurlijk blijven produceren. Een optie om dit op te vangen is door je pakket te schenken aan bvb zorginstellingen. Maar we werken dus ook veel aan een optimale productieperiode.”
Terug bij de boerderij legde Mich ons nog het een en ander uit over het machinale wieden – een must op een bedrijf waar grote velden gewassen geteeld worden zonder onkruidverdelgers.
Toen was het al gauw tijd voor de lunch. Ons lunchpakket hadden we zelf meegenomen. De sfeer werd opgeluisterd door een kopje thee, appeltjes uit de boomgaard en een vioolconcerto door de kinderen des huizes. 2 aaibare poezen liepen tussen de mensen door, hier en daar bedelend om een streeltje. De binnenplaats deed meer denken aan de binnenplaats van een Franse wijngaard dan die van een hoeve in het Waasland.
Benieuwd naar wat er ons nog allemaal te wachten stond kropen we na de lunch weer in de huifkar, op weg naar de volgende stopplaats.
Het Eikenhof.
Een prachtige oude Robinia siert de tuin wanneer je binnenkomt op het erf van geitenmelkerij het Eikenhof. De laatste hand werd gelegd aan de voorbereidingen om onze groep te ontvangen.
Gastvrouw Monique nam ons meteen mee naar de geitenstal. “Wij houden reeds 25 jaar melkgeiten”, begon ze, “en door de jaren heen hebben we steeds verschillende rassen met elkaar gekruist.” Je kon er bruine, bonte en witte geiten zien, met opstaande oren of met hangoren. “We voederen hoofdzakelijk met een mengsel van gras en klaver. Daarnaast krijgen de geiten nog graan en maïs als krachtvoer. De meeste gewassen telen we zelf. De melk wordt hier op het bedrijf zelf tot kaas verwerkt.”
Dit is het werk van de bezieler van het bedrijf, Peter. Telkens als hij ten tonele verschijnt, ontstaat er een hele commotie bij de geiten, want ze herkennen hem als de bron van allerlei lekkers.
Het Eikenhof heeft een aantal jaren het biolabel gedragen, maar door de steeds strengere normen werd dit op de duur onhoudbaar. Nochtans tracht men er zo duurzaam mogelijk te produceren. “Met pijn in het hart hebben we het biolabel moeten laten varen, maar de meeste van onze klanten weten hoe wij te werk gaan en behouden daardoor ook hun vertrouwen, met of zonder label. Mede dankzij voedselteams hebben we een stabiele afzetmarkt.”
Na een korte uitweiding over het melken van de geiten, ontfermde Peter zich over een deel van de groep. Hij bracht ons tot bij de kaasmakerij, waar hij ons een beknopte uitleg gaf over de bereiding van de lokaal beroemde geitenkaasjes. “Wij maken enkel kaas van rauwe geitenmelk. Deze wordt gestremd en na een rustperiode met een pollepel in potjes geschept. Deze krijgen de tijd om uit te lekken. Door op deze manier te werken blijft er nog wat wei achter in de kaasjes, waardoor ze hun kenmerkende friszure smaak krijgen.”
Een deel van de groep had reeds snel de weg gevonden naar de proevertjes, en de geitenmelkijsjes verkochten als zoet broodjes onder de zinderende herfstzon.
De Vierklaver
Het laatste bedrijf dat werd voorgesteld, was de Vierklaver zelf, waar onze trip die morgen ook begonnen was en voor sommigen overvloeide in een gezellige avond.
Annelies, een enthousiaste jonge boerin, vertelde honderduit over het bedrijf en de koeien. De lichtjes in haar ogen verraadden haar liefde en toewijding voor het erf en de dieren. Dit bleek al snel bij de eerste stopplaats. “Dit kalfje werd verstoten door de moeder. We hebben het grootgebracht met de fles, en het is daardoor heel tam geworden. Het is zo’n beetje de mascotte van het bedrijf nu.”
In het volgende vak van de open stal stond er een erg agressieve koe, die iets vroeger dan gepland zou worden geslacht.
De koeien hier te zien waren, waren geen doorsnee vetmest-koeien. Daar is ook een goede reden voor: “enkele tientallen jaren geleden werd hier voor het eerst een kruising gedaan tussen het bekende vlaamse vleesras en een sterk, blond, Frans oerras, dat nog veel dichter bij de natuur stond. Door steeds op deze manier verder te blijven kruisen, werden de koeien mettertijd veel zelfredzamer. De meeste koeien slagen er in om te bevallen zonder keizersnede nu, iets wat met gangbaar slachtvee ondenkbaar is.”
Als je denkt aan slachtvee, denk je soms aan zielige dieren die het overgrote deel van hun leven opgesloten zitten in een klein hokje. Op de Vierklaver kunnen de dieren echter jolig rondgrazen en hun zin doen. “Het vlees van onze dieren is doorgaans veel roder dan gewoonlijk, want het bevat veel meer spiermassa doordat de koeien vrij kunnen grazen. Wij verkopen eigenlijk bijna uitsluitend vlees van koeien ipv stieren. Dat is veel malser en aangenamer van smaak.”
Hoewel het intussen bekend is dat teelt, verwerking en transport van vleesvee een groot aandeel heeft in de opwarming van de aarde, wordt hier veel van de impact op het klimaat teniet gedaan door de korte keten waarin alles gebeurt. Het voeder van de dieren wordt door de Vierklaver zelf geteeld. Als krachtvoer krijgen de koeien maïs, als bijvoer meestal een grasklavermengsel. Afgezien van 1 sproeibeurt in het begin van de groei van de maïs, worden er geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt.
De verkoop van het vlees gebeurt voor een deel in de slagerij vooraan op het erf, en ook voor een deel via voedselteams natuurlijk. Het enige wat men op het bedrijf niet zelf doet, is het slachten. Ook hierin geeft Annelies te kennen dat ze te gehecht is aan de dieren om daar bij te zijn – wat ook niet verwonderlijk is als je haar hoort spreken over het verschillende karakter van de koeien en over de ‘familierelaties’ binnen de veestapel.
Hoewel ik zelf vegetarisch ben, werd ik aangenaam verrast door de manier waarop men in de Vierklaver omgaat met de koeien. Als mensen vlees blijven eten, dan lijkt het me een hele vooruitgang als de dieren een leven kunnen leiden zoals daar, met ook voldoende aandacht voor de lokale herkomst van alle gebruikte voeders en grondstoffen.
Na de rondleiding was het tijd voor de koffie. Natuurfrituur de Merel had zich reeds geïnstalleerd voor de barbecue. Verscheidene voedselteamleden hadden voor versnaperingen gezorgd bij de koffie, bijgestaan door enkele nieuwe producenten die hun producten kwamen voorstellen met allerlei proevertjes: schapenboerderij de Wollebol met verscheidene lekkernijen op basis van schapenmelk; biodynamische groenten en groentenburgers van de Bieselenberg.
Daarnaast waren er de welgekomen zakken natuuraardappelen van de Vrolijke Bloem, want mijn frituuraardappelen waren juist bijna op (en uit ondervinding weet ik ondertussen dat de frietjes die je er van kunt maken erg lekker zijn ;-)); een standje van oxfam wereldwinkels, uit solidariteit met de boeren uit het Zuiden, die vaak in nog veel nauwere schoentjes zitten dan hun collega’s in de geïndustrialiseerde landen; en ook nog een heleboel zakken biobloem van voedselteams, voor herfstgebak en winterpannekoeken (om dan weer mee te brengen naar volgende meetings…).
Verder kon je er ook aan lokale natuurhoning geraken, bij een bijeninfostand. Het gaat niet zo goed met onze bijen, hoewel deze sterk onderschatte kleine wezentjes echt wel onontbeerlijk zijn voor de bestuiving van talloze gewassen en zo dus ook voor onze menselijke voedselvoorziening
Na dit alles, was het voor mij tijd om mijn innerlijk kind naar buiten te laten komen, en me over te geven aan de volksspelen en het stoepkrijt, en als een kind tussen de kinderen te spelen, te tekenen en te ravotten. Zalig was dat..de spontaniteit, de openheid en de creativiteit die in een kind nog welig mogen tieren zijn een inspiratie en een verademing. In de dagelijkse bezigheden van het volwassen leven zou je bijna vergeten dat het leven een feest is, en hoe eenvoudig het kan zijn om gelukkig te zijn. Hoe zou de wereld er uitzien als volwassenen nog zouden kunnen spelen als kinderen, ongeremd en vrij?…
En toen was het tijd om te vertrekken, en weer terug te keren naar het leven van alledag, en naar het steeds proberen om iets te ontdekken wat nog zichzelf mag zijn in een overgecontroleerde wereld.