Boekbespreking: Een pleidooi voor echt eten. Manifest van een eter.
In zijn boek “Een pleidooi voor echt eten” zoekt de Amerikaan Michael Pollan naar de invloed van voeding op onze gezondheid. Het boek is de opvolger van “The omnivore’s dilemma” (2006, niet vertaald) waarin hij het had over de ethische en ecologische gevolgen van onze voedselkeuzes.
Pollan situeert de noodzaak van zijn boek vanuit de vaststelling van de vele verbanden tussen onze Westerse voedingspatronen en allerlei beschavingsziektes en de onwetendheid die daarover heerst. Hij neemt duidelijk stelling tegen de voedingsmiddelenindustrie, vandaar de ondertitel van het boek, 'Manifest van een eter'. De etenswaren die deze industrie voortbrengt zijn volgens Pollan geen echt eten meer, maar "eetbare voedselachtige substanties". Een beperkt gamma van goedkope basisgrondstoffen (maïs, tarwe, rijst en soja) worden bewerkt tot een hele resem producten waaraan allerlei smaak-, bewaar- en kleurstoffen zijn toegevoegd, wat ten koste gaat van de voedingswaarde. Het lijkt alsof we veel keuze hebben in de supermarkten, maar onze voeding wordt net eenzijdiger en daardoor ongezonder.
Het nutritionime
Het eerste van de drie hoofdstukken beschrijft de opkomst van het ‘nutritionisme’. Een uiterst nuttige oefening om te begrijpen hoe we met z’n allen om de tuin worden geleid door de voedingsmiddelenindustrie en diens marketingmachines, en daarbij onvermoed onze gezondheid op het spel zetten.
Het nutritionisme is een ideologie die voedsel benadert als de som van de bouwstoffen waaruit het is samengesteld en niet meer als echt eten: ongecompliceerde en herkenbare groenten en andere voedingswaren. Het nutritionisme is een zienswijze die door de wetenschap wordt gepropageerd en met volle overtuiging wordt omarmd door de industriële voedselproducenten. Ze proberen voedsel in de eerste plaats ten dienste te stellen van de lichamelijke gezondheid en dat heeft een destructief effect op het echte genot van eten: de pure smaken, de gezelligheid en de identiteit die we eraan ontlenen. Een tweede, paradoxaal, efffect is dat hun ideologie net leidt tot een ongezonde obsessie voor gezond eten waardoor mensen al te gemakkelijk in de ban komen van allerlei reclame's. Zijn we niet allemaal vertrouwd geraakt met begrippen als cholesterol, verzadigde vetten, omega 3 of 6, caroteen, met allerlei diëten en uiteenlopende theorieën over gezond eten? De Amerikanen zouden hier nog meer door beïnvloed zijn dan enig ander volk, en lijden ondertussen steeds meer aan voedingsgerelateerde gezonheidsproblemen.
De voedingswetenschap levert dus de grondstof voor het nutritionisme. Ze houdt ons voor dat we een goede gezondheid kunnen nastreven door het weren van slechte voedingsstoffen en het consumeren van goede. Naargelang de mode of de inzichten van de voedingswetenschap krijgen we dan rages of fobieën voor vetten, eiwitten, transvetten, vetzuren, vitaminen of andere.
Met behulp van de wetenchap kan bewerkt voedsel door de voedingsmiddelenindustrie ook gepromoot worden als even gezond of zelfs gezonder dan natuurlijk voedsel, eenvoudig door bepaalde voedingsstoffen toe te voegen. Denk maar aan margarine verrijkt met omega-3-vetzuren en de cornflakes waaraan een hele resem mineralen en vitaminen zijn toegevoegd.
Per jaar worden zo 17.000 nieuwe substanties op ons losgelaten die zich als voeding proberen voor te doen. Zo lost de industrie het ‘probleem’ op van de beperkte maagomvang en eventueel stagnerende verkoopscijfers. Immers, zoals Pollan ironisch opmerkt: " Als mensen zonder professionele begeleiding bepalen wat ze eten -iets wat ze al opmerkelijk succesvol doen sinds ze de bomen zijn uit geklommen- is dat niet bepaald winstgevend als je een voedingsmiddelenbedrijf bent, zonder meer fnuikend voor je carrière als je voedingsdeskundige bent, en gewoon saai als je redacteur of verslaggever bij een krant bent."
De schrijver besluit zijn eerste hoofdstuk met de vaststelling dat 30 jaar nutritionistisch advies ons helaas dikker, zieker en minder goed gevoed maakte en ons opzadelde met grote verwarring over gezonde voeding.
Het tweede deel legt de verbanden tussen een Westers voedingspatroon en hetgeen we beschavingsziektes noemen. Wanneer inheemse volkeren overschakelen op bewaar- en andere Westerse voeding, zien we ook de intrede van ziektes, zoals obesitas gevolgd door diabetes type 2, hoge bloeddruk en beroerten en hartziekten.
Pollan haalt een hoop onderzoeken aan die de oorzaken van deze ziektes leggen bij industrieel voedsel, de eenzijdigheid en slechte kwaliteit ervan en de onaangepastheid van ons lichaam aan vele nieuwe substanties. Al wil hij de voordelen van het industriële systeem niet ontkennen (hij benoemt ze ook niet), de snelle en voortdurende omschakeling van ons voedingspatroon die het teweeg brengt, stelt te hoge eisen aan ons lichaam dat geen tijd krijgt om zich aan te passen en biochemisch mee te evolueren.
Vervolgens verkent Pollan een bredere, ecologische en culturele kijk op eten waarbij het uitgangspunt is om eten eerder als een relatie tot onze omgeving te zien, dan als een simpele handeling. Zijn holistische visie staat haaks op de reductionistische benadering van de voedingwetenschap. Wanneer de relatie tot ons eten onnatuurlijk wordt zoals vandaag het geval is, resulteert dat in een ware pandemie met gigantische kosten voor ons gezondheidssysteem. Niet een virus of bacterie is de verspreider van de ziekte, wel onze Westerse manier van eten. Doordat de gezondheidsindustrie hier wel bij vaart, schat Pollan de kans op een verandering niet hoog in en adviseert hij –cynisch - dat we ons geld beleggen in de gigantische diabetesindustrie.
Het laatste hoofdstuk vertelt ons hoe er te ontsnappen valt aan het westerse voedingspatroon. Hoewel sommige stukken ervan sterk toegesneden zijn op de Amerikaanse situatie, kunnen we er ook van leren en zijn sommige tips zowel vermakelijk als fris. Wat te denken van de volgende: eet niets dat uw overgrootmoeder niet als voedsel zou herkennen, vermijd voedsel met een ingrediëntenlijst die langer is dan vijf bestanddelen of dat wordt aangeprezen met het woord ‘gezond’, blijf -indien mogelijk- weg uit de supermarkt, schud de hand die u voedt (over de band producent en consument), betaal meer en eet minder, schaf een vrieskist aan voor seizoensgroenten, kook zelf en eet in gezelschap als het kan.
Dit hoofdstuk vat hij zelf samen in acht woorden en drie zinnen.
Eet echt eten. Niet te veel. Vooral planten.
Voor leden van Voedselteams en andere korte ketensystemen is de verwijzing naar de korte keten ook interessant. Pollan verkiest lokale producten boven biologische producten uit de supermarkt omdat die laatste meestal van ver weg komen. Wat daar het probleem van is werd reeds door Weston Price verwoord op een lezing in 1928, en door Pollan geciteerd: “De maaltijd die we vanavond gegeten hebben, was nog maar een paar maanden geleden onderdeel van de zon. Door de voedselketen zodanig te verlengen dat we grote steden vanaf verre bodems kunnen voeden, overtreden we de regels van de natuur op zijn minst tweemaal: door voedingsstoffen te roven uit de bodems waarin het voedsel gekweekt is, en die voedingsstoffen vervolgens te verkwisten door dat voedsel vervolgens te bewerken.”.
Wie Price en andere voorlopers van de bio-dynamische landbouw wil ontdekken, krijgt in dit boek een mooie introductie.
Eindigen gebeurt met een lofzang op de boerenmarkten die in de Verenigde Staten sterk in aantal toenemen, de CSA-dozen (Community Supported Agriculture, een soort groentenabonnementen) en de eigen tuin. De groenten die je dan eet zijn automatisch dingen van het seizoen, wat de smaak, de voedzaamheid en de variatie ten goede komt. Pollan zegt dat het groentepakket je nog meest dwingt om uit je dagelijkse voedingssleur te stappen, omdat je er producten in aantreft die je zelf nooit gekocht zou hebben. "Schud de hand die u voedt", zegt Pollan tenslotte. In de korte voedselketen krijgt voedsel weer zijn verhaal en iets van zijn verhevenheid terug als degene die het gekweekt heeft het persoonlijk aan u overhandigt. Op die manier boodschappen doen kost misschien meer geld en inspanning, maar je kan het ook zien als het uitbrengen van een stem- een stem voor je gezondheid in de ruimste zin. Een waarheid als een eerlijke wortel.
Zie ook www.michaelpollan.com
Pollan, Michael, Een pleidooi voor echt eten, manifest van een eter, De Arbeiderspers, Amsterdam, 2008, 17,50€